Ik heb altijd grote bewondering voor kinderen. Ik kijk graag naar de manier waarop ze dingen doen en ontdekken. Hun nieuwsgierigheid, het onbevangen zijn, dat verwondert me. Ze stellen zichzelf onbewust de vraag: HOE?

Hoe zit het in elkaar, hoe komt het dat ik val, hoe zal het zijn als, hoe voelt...

Weet u nog hoe u speelde als kind en welk gevoel dat gaf?
Ik weet nog dat ik rolschaatste, schooltje speelde, met een groep kinderen op straat tikkertje of verstoppertje deed. Alles wilde ik leren.

Als volwassen mens denk ik te weten hoe het allemaal in elkaar steekt. Ik heb immers ervaring en vertel mij wat, ik ben geen kind meer! Mijn aangeboren nieuwsgierigheid is door mijzelf in hokjes gezet, met namen als bestaat niet...kan niet...doe niet... te jong... te oud... hoort niet...mag niet...moet... Die hokjes zijn wel veilig. Zo veilig, dat ik er liever in zit dan eruit ben.

 
Ik ben liever gevangen, dan onbevangen. En toch...is er steeds dat kind in mij. Dat nieuwsgierige onbevangen kind, dat wil spelen, ontdekken, leren, vallen en weer opstaan.

Ervaren! Dat is het woord dat ik zoek. Ik wil steeds opnieuw ervaren hoe het is! Elke keer is weer anders, hoe zal het nu zijn?

Ik loop in het vrije onbevangen veld en ben nieuwsgierig, gierig naar nieuw.

Ik wil blijven ervaren. Als ik ervaar dan merk ik, voel ik, doe ik, zie ik.

Ik leef.

Als ik mezelf de HOE vraag stel, sluit ik niks uit en ik sluit mezelf niet in. Alles is mogelijk.

Dat is wat ik leer van kinderen.