Ik ben in Zeeland, heerlijk een week alleen om te wandelen, te mediteren en te lezen.

Vandaag maak ik een wandeling van 15 kilometer in een prachtig stiltegebied door de duinen, waar alleen de vogels de baas zijn. 

De nacht ervoor word ik wakker. Alleen wandelen door het stiltegebied! Brr! Er komt in mij het beeld op van het hek waar ik door moet. Er staat een waarschuwing over het niet storen van de dieren: Houd afstand!
Er bekruipt me een ongemakkelijk gevoel dat maar niet weg wil.  In gedachten kijk ik het pad af, de duinen in. Een gevoel zegt mij: "Niet doen, omdraaien." Mijn hart klopt sneller. 
Wat als mijn mobiel geen bereik meer heeft of als ik moe word? Wat als een grote regenbui mij zomaar overvalt? Wat als...?

Ik kan het ook niet doen? Zeker, maar dan zou ik zou mezelf teleurstellen en dan zal ik het niet weten, niet ervaren.
De angst en onzekerheid laten regeren, dat is wat ik dan doe. Dan geef ik gehoor aan al mijn mitsen en maren en niet aan mijn wens, mijn willen.

Ik wil het durven, ik wil het doen.
De angst mag mee, samen met mijn wil, durf, wijsheid, vertrouwen, kennis, kracht en kunde.

 
Het is 12.00 uur en ga op pad. De rugtas gevuld met water, brood en een regenjas.
Na een uur lopen zie ik het hek, ga erdoor en bij het dichtslaan wens ik mezelf een mooie wandeling.
In het begin loop ik veel te snel en kijk nauwelijks om mij heen. Al gauw verandert dit, omdat ik mij veilig voel. Het gebied is prachtig!
Ik loop omhoog, omlaag, door smalle duinpaadjes en brede zandverstuivingen, ontdek sporen en maak foto’s.
Na twee uren wandelen voel ik een lichte hoofdpijn opkomen. Tijd voor drinken, eten en een pauze.
Ik ben ongeveer op de helft. Het tweede deel wandel ik langs de kust.
Oef…harde wind tegen en stuifzand!
Ik ben moe, mijn benen doen zeer. Doorlopen maar, rechtop!
Toch voel ik mij krachtig en heb het naar mijn zin!
Het is tijd om de duinen over te steken, terug het bos in. Nu nog drie kwartier te gaan en dan zit mijn wandeling erop.

De mitsen en maren waren onterecht en de irreële angst had het mis.
Hoe vaak geef ik die mitsen en maren in andere situaties voorrang boven mijn wil?
Te vaak, besef ik nu.